Ronde Tafel Sessie: gebouwautomatisatie & -beheer

 

In een gebouw worden vandaag meer en complexere installaties geplaatst. Enerzijds vanwege de steeds strengere milieueisen en anderzijds om tegemoet te komen aan de comforteisen. In dat kader maken we gebouwen ook steeds slimmer. Domotica is daarbij een veelgehoorde term. Maar wat houdt dat precies in? En hoe zijn we er zeker van dat alle systemen in een gebouw optimaal met elkaar samenwerken? Al deze elementen komen aan bod tijdens de Ronde Tafel Sessie gebouwautomatisatie en -beheer.

Zelfrijdende auto
Laten we eerst eens beginnen met de term smart building. Wat verstaan we daaronder? Daniël Van Dessel: “In het verleden werd iedere vorm van automatisatie al heel vlug domotica genoemd, hoewel het vaak maar over beperkte oplossingen ging. Dat merken we nu ook met smart homes / buildings. Philips met zijn draadloze lampjes en Nest met zijn ‘slimme’ thermostaat, maken je woning nog niet tot een smart home. De sector zou eigenlijk verschillende niveaus moeten definiëren in smart buildings, net zoals de vijf levels voor een zelfrijdende auto. Hoe duidelijker wij het verhaal kunnen brengen, hoe beter de sector erop kan inspelen.” Philippe Kygnée: “Een voorbeeld van een dergelijk initiatief is European Building Automation Controls Association. Deze associatie heeft als doel om via certificering de prestatievermogens van sturingsapparaten en energetische regelingen van gebouwen te garanderen.” Volgens Daniel Kerkhof is een gebouw smart op het moment deze zelf kan registreren of reageren op het gebruik van het gebouw. Hij geeft een voorbeeld: “Op basis van het aantal werknemers dat vandaag op een verdieping aanwezig is geweest, wordt bepaald of de toiletten moeten worden schoongemaakt of de koffiemachine bijgevuld.” Smart heeft vooral te maken met sensoren, meent Pascal Carreweyn. “Het zijn de verschillende soorten sensoren die een gebouw slim maken om inderdaad te kunnen reageren op het gebruik.” Daniel Kerkhof: “Het begint inderdaad met informatie verzamelen en naderhand iets ‘slims’ met die informatie te doen.”

Sensoren
Daniël Van Dessel: “Een slimme woning kan ik heel eenvoudig definiëren. Het betekent 50.000 handelingen minder en meer tijd voor het leven. De juiste raakpunten daarvoor zijn al aangehaald: sensoren. Bij domotica zal de oplossing niet vandaan komen, dat is alleen maar bedienen en controleren met de nadruk op drukknoppen.” Daar ben ik het niet mee eens, zegt Pascal Carreweyn. “Je kunt domotica veel breder zien, meer dan zaken alleen automatisch laten werken. In mijn woning bedien ik bijna niks en toch is er licht als er licht moet zijn en kan ik met één knop een bepaalde sfeer oproepen. Ik ben het met Daniël eens dat de supra bazar oplossingen, die voor een paar euro je lampjes bedienen, geen domotica is. Maar de consument ziet vaak het verschil niet. Ze snappen ook niet wat het is om in een geautomatiseerd gebouw te leven, waar je juist geen knoppen nodig hebt.” Johny Vangeel: “Door mensen te confronteren met de plaats waar ze werken, wordt het misschien al duidelijker. Ook daar zijn de knopjes niet meer en wordt alles via een building automation systeem geregeld. Men moet minder handelingen doen. Aan een serieus systeem van een paar duizend euro ga je meer hebben dan een systeem van de supra bazar van misschien alles bij elkaar een paar honderd euro. Ook in termen van registreren en reageren.”

Andere mindset
Wim Eeckelaert vraagt zich af of iedereen echt op een smart home zit te wachten? “Mensen willen graag nog controle hebben. Als je de controle afneemt, wordt men zenuwachtig. Toch is het technisch beter dat men niet gaat ingrijpen. Wij focussen ons op HVAC oplossingen en het laatste dat we willen is dat de temperatuur verschijnt op de muur. Wij willen een gevoel creëren en de focus niet leggen op een getal aan de muur.” Daniël Van Dessel: “Zorgen dat de bewoner op elk moment van de dag en op elk gewenst tijdstip zijn comforttemperatuur krijgt, dat is hetgeen dat belangrijk is. Uit de praktijk weten we dat het display op de muur een averechts effect heeft.” Bert De Haes is daar volledig mee akkoord. “Het vraagt wel een andere mindset. Vroeger had men een ketel, een display en de thermostaat. Eraan draaien, had meteen effect. Nu zeggen we het veel beter te kunnen doen, maar mag de bewoner niet meer ingrijpen. En ook het display pakken we weg. Achter de schermen gaan we de complexe regelingen doen.”

Philippe Kygnée, Wago BeLux

Gouden eieren
Daniël Van Dessel: “De oplossing is om systemen zo slim te maken, dat ze ook echt complete oplossingen zijn.” En daar ziet de consument vaak door het bos de bomen niet meer, meent Bert De Haes. “Wij hier aan tafel zitten samen in een sector waarvan iedereen denkt dat daar de gouden eieren te pakken zijn. Er is zoveel potentieel in de markt, dat ook aanbieders van goedkope oplossingen zich mengen.”

Lego
Pascal Carreweyn: “We zijn allemaal ooit begonnen met de motivatie om een deftige installatie te bouwen waarbij alle sturingen met elkaar samenwerken. Dat moet nog altijd het uitgangspunt zijn. We leven nu alleen in een tijd waar alle componenten als aparte stukken op de markt beschikbaar zijn en dat maakt het niet makkelijker.” Toch zijn we op de goede weg, meent Bert De Haes. “In mijne jeugd verkocht Lego nog losse blokjes in verschillende kleuren. Nu verkopen ze een bouwdoos waar alleen dat vliegtuig dat van voor op de doos staat mee gemaakt kan worden. Waarom?  Omdat ze door een periode zijn gegaan waar de creativiteit bij kinderen werd overschat. Het resultaat is een voorgekauwde oplossing dat tot in de grootste mate van detail al perfect is. Ik denk dat we daar ook in onze branche naar op weg zijn.” Pascal Carreweyn: “We zitten vandaag in een overgangsfase. De jeugd gaat geen knoppen meer willen. Ze hebben een smartphone en verwachten dat alles met dat apparaat geregeld kan worden. En dat kan, zolang je je woning volhangt met allemaal sensoren.” Wij zien dezelfde evolutie in de gebouwen automatisatie markt, zegt Philippe Kygnée. “Onze standaard oplossingen, die vergelijkbaar zijn met de oude lego blokken, worden stilaan aangevuld met eenvoudig te configureren systemen gebaseerd op open standaarden. Een voorbeeld hiervan is onze Lighting Management oplossing die het mogelijk maakt om gesofisticeerde verlichtingsinstallaties op een eenvoudige manier te configureren.”

Stefan Kerkhofs, Phoenix Contact

Bovenliggende layer
Voor de woningbouw is dat al klaar en zijn er kant-en-klare bouwdozen, zegt Daniël Van Dessel. Philippe Kygnée: “Bij grote gebouwen automatisatie is dit niet evident. De uitdaging bestaat er in om systemen van verschillende gespecialiseerde firma’s op een eenvoudige manier met elkaar te laten communiceren. Open protocollen zoals BACnet en OPC UA doen dit maar ik ben zeer benieuwd wat de IOT (r)evolutie aan nieuwe ontwikkelingen gaat voortbrengen.” Bert De Haes: “Op vlak van sensoren heb ik niet het gevoel dat er de laatste jaren ontzettend veel basisparameters zijn bijgekomen. Lichtsturing is er altijd wel geweest. Alleen wat klimaat betreft is er nu meer aandacht naar de leefkwaliteit, relatieve vochtigheid, CO2, Argon en overmorgen nog wel iets anders. In essentie in meten en regelen is de basis niet heel veel veranderd.” Philippe Kygnée: “De grote evolutie ligt inderdaad niet in welke data we gaan meten maar wel in hoe we deze data gaan meten, verwerken en versturen. Als producent van gebouwen automatisatie oplossingen moeten we er echter steeds voor opletten dat onze klanten geen proefkonijnen worden. WAGO staat garant voor lange beschikbaarheid waardoor we onmogelijk op elke trend kunnen springen. Startups en gesloten ecosystemen vormen hiervoor het juiste kader en het is aan ons om de standaarden te integreren die de nodige maturiteit bereikt hebben.”

Johny Vangeel, Beckhof Building Automation

Mastodonten
Pascal Carreweyn: “Ik ben al jaren het IoT verhaal aan het volgen en denk dat we serieus gaan evolueren naar cloudachtige systemen met veel lichtere toestellen in de field die data genereren en in de cloud verwerken. IBM zal daarin een belangrijke rol gaan spelen.” Stefan Kerkhofs: “Vergeet ook niet de andere grote Amerikaanse technologiebedrijven, zoals de Amazon’s, Apple’s, Googles en Microsofts van deze wereld, zij brengen al eenvoudige toestellen op de markt voor de klassieke woningen voor het sturen van de verlichting, verwarming, geluid, camerabewaking, enz.” Bert De Haes: “Ik vrees dat deze grote bedrijven het zonder enige twijfel goed gaan doen, maar of ze het voor consumenten beter gaan maken, betwijfel ik. IBM is een computerbedrijf met diezelfde filosofie. Mensen die vanuit computers en software denken, snappen niet hoe een gebouw in elkaar zit.” Volgens Johny Vangeel zijn ook deze bedrijven aan het evolueren. “Die komen gewoon en gaan bestaande systemen overwalsen.” Ook Philippe Kygnée kan dat bevestigen. “In woningen zijn ze al centraal aanwezig met bijvoorbeeld de ‘slimme assistent’ Alexa van Amazon. Deze spelers zijn momenteel niet actief op de gebouwen automatisatie markt omdat het geen toegevoegde waarde heeft voor hun huidige diensten. Ik kan mij moeilijk inbeelden dat dit zo gaat blijven. Het zal een uitdaging zijn om van deze mogelijke evolutie een opportuniteit te maken.”

Daniël Van Dessel, Loxone Benelux

Industrie
In een modern industrieel kantoor of gebouw zijn de installaties steeds complexer, stelt Stefan Kerkhofs. “We zullen meer en meer technologieën moeten gaan integreren. Zo krijgt een gebouw vandaag bijvoorbeeld warmte vanuit een verwarmingsketel, vanuit een buffervat, vanuit warmtepomp, vanuit de productie eventueel,… Al die informatie moeten we gaan binnenlezen, gaan analyseren en gaan regelen. Uiteindelijk is het onze taak om al die verschillende systemen te integreren tot een goed werkend systeem met rapportering, met vergelijking tussen gebouwen om bijvoorbeeld heel gemakkelijk te zien waar verschillen zitten. Bovendien zal je bijvoorbeeld ook steeds meer laadpalen voor elektrische wagens moeten integreren. Hierdoor moeten we de stroom naar de laadpaal gaan regelen in functie van de beschikbare hoeveelheid stroom om te vermijden dat de elektriciteit op piekmomenten zal uitvallen.” En dan heb je het alleen nog over de energieregeling, ook de technieken rondom de verlichtingsinstallatie, de HVAC- en audio-installaties, et cetera worden steeds complexer, vult Daniel Kerkhof aan. “De enige manier om het überhaupt handelbaar te houden is als het correct wordt gemanaged.” Maar hoe? Johny Vangeel: “In veel gevallen kan de elektro-installateur dat niet. Het vraagt om plc programmeurs. Elke industrieel geschoolde man heeft die bagage meegekregen en kent exact de bits en bytes.” Wim Eeckelaert: “We merken als system integrator een nijpend tekort aan deftig geschoolde mensen.” Daniël Van Dessel: “Dat is ook de reden dat wij in onze software zoveel mogelijk handelingen en knowhow voorgekauwd meegeven. Dat is echt de meerwaarde van onze oplossing.” Philippe Kygnée: “Waar mogelijk, bieden we kant en klare oplossingen aan maar de complexiteit van gebouwen projecten duwt ons nog zeer vaak naar maatwerk.”

Daniel Kerkhof, Crestron EMEA

Macht en kracht
Plug and play is volgens Wim Eeckelaert ook een containerbegrip. “In de praktijk zal ook een plug and play systeem geconfigureerd moeten worden.” Johny Vangeel: “Het zal plug and play wel werken, maar niet doen wat wordt verwacht van een installatie.” Stefan Kerkhofs: “Het juiste resultaat hangt inderdaad af van degene die het installeert en programmeert, maar daarin spelen wij als fabrikant een grote rol door bijvoorbeeld zoveel mogelijk drivers aan te bieden zodat verschillende systemen sneller en eenvoudiger gekoppeld kunnen worden. Wij moeten het de programmeur zo gemakkelijk mogelijk maken waardoor de programmatietijd en bijgevolg ook de kostprijs drastisch kan dalen.” Johny Vangeel: “Mensen zijn ook kritischer aan het worden. Zo hebben we laatst een volledig geautomatiseerd bouw opgeleverd voor een bekende Belgische bank. Het is een van de weinige gebouwen waar gebruikers eens niet reclameren over het comfort. Waar dat aan ligt? Aan het feit dat er drukknoppen zijn opgenomen om zelf het licht in te schakelen en dat ze ramen kunnen open doen overdag. Het heeft niks te maken met de klimaatregeling, het heeft te maken met het gevoel van macht en kracht. Het raam is wel automatisch gestuurd en hangt in het gebouwbeheersysteem, net als de drukknoppen voor het licht en sensoren dat mensen in de stoel zitten ook.” Bert De Haes: “In het verleden zijn stappen gezet die voor de gemiddelde gebruiker / werknemer te groot waren. Van niks automatisering naar alles. Geen ramen die open konden, alleen maar luchtgroepen die schijnbaar deden wat ze wilden en niet wat mensen verwachten.”

Pascal Carreweyn, Apex Systems

Energie-efficiëntie
Johny Vangeel: “Het kost natuurlijk wel een pak geld om het raam open te sturen en extra drukknoppen te voorzien, zoals in het nieuwe gebouw van een Belgische bank. Geld dat er in ‘normale’ aanbestedingen meestal niet is of dat de opdrachtgever niet wil uitgeven.” Daniel Kerkhof: “In Nederland hebben we ook zo’n voorbeeld: The Edge. Ook hier zijn veel innovaties in gestopt die natuurlijk flink meer geld kosten. Maar achteraf hebben ze dat wel drie keer terugverdiend naar comfort toe, tevredenheid van de werknemers en niet te vergeten energie-efficiëntie. Het volgende gebouw bouwen ze op dezelfde manier.” Paul Straver: “De bijdrage van een gebouwbeheersysteem op gebied van energie-efficiëntie is heel belangrijk. Middels een gebouwbeheersysteem zou een installatie optimaal moeten gaan werken. Echter de ervaringen wijzen uit dat 60% van de installaties na een jaar niet meer goed werken. Daar is de komst van SaaS oplossingen voor installatie analyse weer een perfecte oplossing voor. Hiermee worden opvallende afwijkingen in de installatie geconstateerd en gemeld, ook al is er geen storing of klacht.”

Wim Eeckelaert, IS delta/Integrated Systems

Draadloos
Wat verwachten de heren van draadloze systemen? Philippe Kygnée: “Standaarden zoals Zigbee, Bluetooth en Enocean winnen marktaandeel maar binnen gebouwen projecten heerst er nog steeds een voorkeur voor traditionele bekabeling. Met nieuwe technologieën zoals Bluetooth Mesh zie ik het marktaandeel van wireless systemen verder groeien.” Johny Vangeel: “Draadloze systemen komen meer en meer opzetten. In Scandinavië zijn draadloze systemen al de standaard.” Stefan Kerkhofs: “Elk nieuw kantoorgebouw van ons wordt uitgerust met Enocean voor drukknoppen, temperatuurmeting, bewegingsdetectie, enz. Het maakt een kantoorgebouw dan ook flexibel, je kunt het relatief eenvoudig aanpassen zonder dat je de bekabeling moet aanpassen. En het grote voordeel van Enocean is dat het zonder batterijen werkt.” Daniël Van Dessel zegt dat hun eigen draadloze oplossing beveiligd is en deze constante updates krijgt, maar ziet dezelfde maatregelen niet terug in andere draadloze systemen wat inderdaad voor problemen zou kunnen zorgen. Paul Straver: “Momenteel wordt vrijwel ieder systeem uitgelegd met een kabel, omdat dit gebruikelijk en bedrijfszeker is. Daarnaast zijn er nog niet veel draadloze systemen. Het grote voordeel van draadloze systemen is dat het veel geld bespaart in termen van arbeidskosten. Nadeel: het is vaak nog niet duurzaam omdat de draadloze technieken nu vaak nog werken op batterijen die om de vier jaar uitgewisseld moeten worden. Ander nadeel is dat je afhankelijk van de te gebruiken constructies, vaak heb je extra ontvangers nodig.”

Bert De Haes, ONE Smart Control

Beveiliging
Philippe Kygnée: “Onze systemen worden aangesloten op de IP infrastructuur van de klanten waardoor security een belangrijk issue is. Desondanks merken we dat buiten klanten als NATO, weinig eindgebruikers wakker liggen van IT security. Onze systemen zijn voorzien van de nodige features en het is onze plicht om klanten te informeren en de nodige procedures ter beschikking te stellen.” Paul Straver: “Een gebouwbeheersysteem is op diverse manieren te beveiligen tegen hackers. Het is maar net hoe een eindgebruiker met zijn ICT afdeling hiermee omgaat. Als het systeem gekoppeld is aan het eigen ICT netwerk dan wordt dit vaak intern geregeld zoals ze het ook met hun eigen medewerkers regelen. Als er een dedicated netwerk is voor het gebouwbeheersysteem dan kan je dit via VPN en IP filters regelen en tegenwoordig zie je ook eigen beheerde cloudomgevingen.” Daniël van Dessel: “Er zit al heel veel in de pipeline waarvan we kunnen zeggen dat het verschil tussen een bekabelde en draadloze versie heel klein is.” Johny Vangeel: “Uiteindelijk is de evolutie van een telefoon met een kabel naar een gsm ook heel snel gegaan. Stefan Kerkhofs verwacht dat straks alles IP geconnecteerd zal worden met de nodige aandacht voor databeveiliging, iets dat vandaag reeds standaard voorzien wordt bij ons. Wij verwachten dat er in de toekomst meer en meer smart devices op de markt komen die rechtstreeks met een BMS of server communiceren. De klassieke DDC of controller laag zal volgens ons in de toekomst verdwijnen.” Dat verwacht ook Daniel Kerkhof. “De hele background van een gebouw zal via een bovenliggende layer IP gebaseerd zijn.” Johny Vangeel: “IP is inderdaad een standaard die er al jaren is en zich bewezen heeft. Een van de weinige dingen die wel zal blijven bestaan. Ook over tien jaar. Maar wat daarin de standaard geworden? De tijd zal het leren.”

Conclusie
Bert De Haes meent dat de gemiddelde bouwer pas bereid is iets uit te geven voor de energiecomponent als hij ervan overtuigd is dat het ook iets oplevert. Door de verstrengde regelgeving, door een grotere nood aan flexibiliteit gaan wij met smart buildings makkelijker kunnen bewijzen dat het sturen van gebouw als één geheel ook iets oplevert en uitgaven beperkt. Hoe beter gebouwen geïsoleerd zijn, hoe meer problemen ontstaan op het gebied van klimaat. Problemen die altijd op een proactieve manier moeten opgelost worden en dat kan de bewoner/gebruiker niet doen als hij niet aanwezig is. Dat moet dus geautomatiseerd gebeuren. Kortom, we hebben het nodig, smart buildings!”

Categorieën :
Algemeen
Deel dit bericht :

Gerelateerde video’s