Dat gebouwen al na twintig jaar gesloopt moeten worden, staat haaks op een duurzaam beleid. Verschillende architecten, onder andere Brussels Bouwmeester Kristiaan Borret, trekken van leer tegen de afbraakhonger van projectontwikkelaars.
“Het is een pest in Brussel. Ik kan u talloze voorbeelden geven van wegwerpgebouwen.” Dat het Paul-Henri Spaakgebouw na amper 24 jaar rijp lijkt voor de sloop, verrast Brussels Bouwmeester Kristiaan Borret allerminst. “Kijk naar de wijk rond het Noordstation. De kantoorgebouwen die er in de jaren 80 werden neergepoot, hadden slechts één functie: kantoorruimte. Uit maximaal winstbejag werd alles geoptimaliseerd – lees goedkoop gehouden – in functie van een werkomgeving. Nu bedrijven en ambtenaren er wegtrekken, is het aartsmoeilijk om ze een nieuwe bestemming te geven. En dus rest alleen de sloophamer.”
Borret overlegt met Europa om lessen te trekken uit de architecturale miskleunen van het verleden. “Ik hoor veel Europese ambtenaren die beseffen dat het zo niet verder kan. Voor nieuwe gebouwen organiseren we nu wedstrijden voor architecten, níét voor ontwikkelaars. Tot nog toe bouwden alleen die laatsten kantoren, en waren ze vooral uit op winstmaximalisatie.”











